| Jaap interviewt Gerdo Kuenen |
|
|
| zondag, 04 december 2011 | ||||
Wat/wie is je het meest bij gebleven van de 3 seizoenen hoofdklasse met SO Soest? “Het eerste seizoen hoofdklasse is me het meest bijgebleven. Al bestond dat seizoen wel hoofdzakelijk uit inval beurten.We speelden ons thuis veilig tegen Hilversum. Bij een 2-1 achterstand viel ik samen in met Paul Hilhorst. Juist hij gaf de voorzet voor de 2-2 die ik inkopte. André Hufman scoorde vervolgens de winnende en handhaving was een feit. Het 2e seizoen onder Henk van de Pol speelde ik vooral de laatste wedstrijden. Het 3e seizoen was vooral heel gezellig haha.”
Je bent een man van de ‘namen & rugnummers’ en onthoudt veel van de spelers waar je tegenover hebt gestaan. Noem er eens één die je nog kan herinneren. “Ja die lange van AFC ’34, die Lüten, dat weet ik nog wel. Het was het 3e en laatste jaar hoofdklasse. Ik werd op het middenveld opgesteld om hem af te stoppen”.
En is dat gelukt? “Ja met wat hak,- en breekwerk. We verloren uiteindelijk wel”.
Je hebt die succesjaren van Soest van dichtbij meegemaakt. Als er iets zichtbaar veranderd is binnen de club, wat is dat dan volgens jou? “Het kunstgrasveld? Nee, de definitieve doorstroming van de jeugd denk ik. Dat is lang geleden geweest. Van mijn lichting ben ik volgens mij nog de enig overgebleven speler”.
Heb je daar een verklaring voor? “In het verleden werden er natuurlijk veel spelers van buiten gehaald. Er was ook weinig doorstroming wat waarschijnlijk ook met het niveau van toen te maken had. Je ziet dat na de val richting de 3e klasse de jeugd een betere kans krijgt. Misschien is dat achteraf ook wel goed geweest om geleidelijk aan het niveau te kunnen wennen”.
Elinkwijk lonkte tussentijds. Hoe kijk je terug op die uitstap? “Dat was een mooie uitstap. Jammer dat Ronald Hoop het met zijn 39 jaar het wat langer uithield dan gedacht. Die bleef dus mooi staan in de spits en speelde bijna alles. Uiteindelijk betekende het voor mij toch nog 7 basisplaatsen. Een mooie ervaring, al is het er niet zo gezellig als bij Soest”.
Hoe is dat contact eigenlijk ontstaan? “Opa was toen erelid van Elinkwijk en ik heb er een aantal jeugdjaren doorgebracht. In het voetbalcircuit was bekend dat ik er graag wilde voetballen. Je weet hoe dat gaat hè. Het contact was daardoor zo gelegd”.
Het is altijd de nr. 1 amateurclub binnen de familie geweest en je hebt er dus wat jeugdjaren doorgebracht. Was de cirkel rond op dat moment? “Wat mij betreft kan je dat zo zien. Ik heb toen de kans gekregen, er in de jeugd gespeeld en opa was dus ook nog eens erelid. Onder dezelfde voorwaarden van toen was ik nooit bij een andere (hoofdklasse)club gaan voetballen”.
Je bent al die jaren op zondag blijven voetballen. Het zaterdagvoetbal is niks voor je? “Met de bedrijven die we (vader, moeder, dochter en zoon Kuenen/JtH) op zaterdag draaiende moeten houden is dat onmogelijk. En het zondagvoetbal is ook beter voor je lichaam. Anders ga je te veel biertjes drinken op zaterdagavond haha”.
De trainer kan elke week op je bouwen. Je bent ook een speler die niet vaak geblesseerd is. Heb je het gevoel dat je altijd voldoende waardering hebt gekregen voor je inzet? “Voor 95% heb ik dat gevoel wel. Elke trainer heeft wel wat namelijk. Bij Henk van Asch stond ik er een tijdje naast en de huidige trainer gaf vorig seizoen ook nog wel eens de voorkeur aan Marcel Pietersen”.
Je scoort trouwens makkelijk dit seizoen. Heb je het gevoel dat je nog elke wedstrijd bijleert? “Ik merk dat ik nog steeds slimmer word. Ik sta beter gepositioneerd ook. Maar vergeet niet dat we een goede ploeg hebben. De aanvoer is veel beter. Vroeger vlogen de ballen links en rechts langs je heen. Dat scheelt natuurlijk wel”.
Wat verwacht je van de tweede helft van dit seizoen? “Ik denk dat we rond plaats 3 of 4 moeten kunnen gaan spelen. Misschien pakken we dan nog een periode. Maar ja, verliest ook niet zomaar 2 keer achtereenvolgens”.
En volgend seizoen? “Als ik fit ben dan ga ik door. Ik wil er wel voor waken dat ik te laat stop en ik het niveau niet meer aan kan. Maar het gaat nog steeds goed”.
Tekst: Jaap ten Haaf
|